Hypotheekadviseurs klagen over procedures bij AFM
15.11.2007 - Financieel adviseurs klagen over de strenge controles van toezichthouder AFM. Er is sprake van willekeur, overijverige ambtenarij en teveel controles die ons het werken onmogelijk maken, zegt adviseur Ben Spee. Omdat meldingen vanuit de branche over willekeur en fouten zich volgens de adviseurs opstapelen, beginnen deze tussenpersonen een breed onderzoek naar de toezichthouder dat de Tweede Kamer moet wakker schudden.
Nederland telt 11.000 financieel adviseurs, de tussenpersonen. Voor hun verplichte vergunning moeten ze bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) langs. Ook met een vergunning volgen nog controles. Aanleiding vormden onder andere de wanpraktijken met te hoge tarieven en ondoorzichtige adviezen.
„Die controles zijn noodzakelijk. Maar zo agressief als de AFM bezig is, dat gaat momenteel alle perken te buiten”, zegt Spee, voorman van enkele tientallen onafhankelijke adviseurs in het land.
De groep vulde een fonds waarmee een onderzoeker wordt ingehuurd, die moet verifiëren of de klachten terecht zijn en statistisch onderbouwen hoe groot het leed in de branche werkelijk is. Het onderzoek begint in februari 2008. Binnenkort wordt een klachtensite geopend.
„Voorbeelden te over: een vergunningaanvraag van de één wordt bij de AFM stellig en volledig afgewezen. Exact dezelfde tekst werd door een vergelijkbaar bureau ingeleverd en dat kwam er glansrijk doorheen. Zulke enorme verschillen, die je vergunning en dus het voortbestaan van je kantoor raken, zijn rationeel niet te verklaren”, zegt Spee. „Bovendien verklaart de AFM zijn besluiten vaak niet. Hun houding is bot. Of ze reageren helemaal niet. Omdat ze niet antwoorden, moeten we hier nu keihard tegen in gaan.”
De AFM is verbaasd over de aanval. „We werken volgens strikte regels. Gaat er iets fout, dan kunnen tussenpersonen bezwaar maken. Onze controles zijn complex. We snappen dat als we ineens alle 11.000 adviseurs secuur volgen, niet alles altijd even goed kan gaan. Maar omvangrijke conflicten kennen we niet.”
